Waarom je boosheid pas komt als het te laat is

Je slikt de hele dag van alles in. Die opmerking, dat ene wat dwarszit, dat gevoel dat je niet serieus wordt genomen. Je zegt er niks van. En dan, op een moment dat er eigenlijk niks bijzonders aan de hand is, knapt het. Je stem gaat omhoog, of je schreeuwt, en soms slaat er juist iets dicht en komt er geen woord meer uit.

Achteraf schaam je je. Waarom reageer je zo heftig op iets kleins, terwijl je de grote dingen juist zo goed kunt hebben?

Je denkt dan al snel: ik heb gewoon een kort lontje. Maar dat is niet wat er speelt. Het begint veel eerder, bij hoe jij hebt leren kijken naar boosheid.

Boosheid is niet slecht, je hebt alleen geleerd van wel

Veel mensen, en vooral vrouwen, hebben ergens geleerd dat boosheid een slechte emotie is. Een lief meisje is niet boos. Een aardige vrouw maakt geen ruzie. Wie iets zegt, is al snel een zeikerd, of doet moeilijk.

Dus leerde je jezelf twee dingen aan: inslikken, of, als het niet meer gaat, ontploffen. De rustige stem ertussenin, die gewoon zegt wat er speelt, heb je nooit voorgeleefd gekregen.

Boosheid heeft een functie

Terwijl boosheid helemaal geen slechte emotie is. Het is een signaal dat er ergens een grens wordt geraakt, dat iets je niet lekker zit, dat je iets belangrijk vindt.

En het doet meer dan een seintje geven. Boosheid heeft een functie. Het helpt je om voor jezelf op te komen, je grenzen te bewaken en respect af te dwingen. En het geeft je iets terug: het gevoel dat je er mag zijn, zelfverzekerd en stevig. Gezonde boosheid is geen karakterfout, het is een van de manieren waarop je jezelf beschermt en overeind houdt.

Alleen heb je geleerd dat je dat signaal beter kunt negeren. En dan raak je juist die kracht kwijt.

Het kleine signaal dat je wegwuift

Hier zit de kern. Het is niet zo dat je vindt dat jouw mening er niet toe doet. Zo zou je het nooit zeggen. Het zit subtieler.

Als er iets kleins gebeurt, een lichte ergernis, iets wat net niet klopt, is je eerste gedachte: och, het is maar klein, ik moet niet moeilijk doen. Je bestempelt dat signaal als moeilijkdoenerij, terwijl het eigenlijk een grens is die wordt aangeraakt.

Dat is niet gek. Niemand heeft je ooit laten zien dat zo'n klein signaal er ook toe mag doen, dat een lichte irritatie een teken is en niet iets om je voor te schamen. Dus wuif je het weg en gaat door.

Waarom het zich opstapelt

Wat je wegwuift, verdwijnt niet. Een emotie die je niet erkent, blijft hangen. En de volgende, en de volgende. Het stapelt zich op, laagje voor laagje, zonder dat je het doorhebt.

Tot het niet meer te houden is en zijn eigen weg naar buiten zoekt. Dan komt het er in een keer uit, hard, of je klapt juist helemaal dicht. Ongecontroleerd, op een moment dat je het niet wilt, vaak om iets onbenulligs.

Zie het als een emmer die overloopt. Niet omdat die laatste druppel zo groot was, maar omdat de emmer al vol zat en je hem nooit eerder mocht legen. Het is geen kort lontje, het is een opgespaarde lading die eindelijk een uitweg vindt.

Wat is jouw relatie met boosheid?

Voordat je iets verandert, helpt het om te kijken hoe jij eigenlijk naar boosheid kijkt. Hoe werd er thuis mee omgegaan? Mocht jij boos zijn, of was dat gedoe? En wat gebeurt er in je lijf als iemand anders boos op je wordt?

Als je merkt dat boosheid voor jou vooral eng of fout voelt, dan weet je waarom dat kleine signaal zo makkelijk wordt weggewuifd. Je bent niet te heftig. Je hebt geleerd om iets normaals als verkeerd te zien.

Wat er verandert als je het signaal wel serieus neemt

De weg eruit is niet meer zelfbeheersing. Meer je best doen om kalm te blijven werkt juist averechts, want dan druk je nog harder op de emmer.

De weg eruit is je gevoel serieus nemen als het nog klein is. Bij dat eerste lichte signaal al even stilstaan en het benoemen, in een gewone zin, op tijd. Want je mag werkelijk alles uitspreken, het gaat alleen om de manier waarop. Kort iets benoemen en het daarna laten rusten is genoeg. Zo laat je zien dat je een grens hebt, zonder dat het een ding wordt. En hoe vaker je dat doet, hoe minder er zich opstapelt.

Tot slot

Je bent niet iemand met een kort lontje. Je bent iemand die heeft geleerd haar eigen signalen weg te wuiven, tot ze zich opstapelen en er een uitweg zoeken.

Dat is te veranderen. Niet door strenger voor jezelf te zijn, maar door milder. Door dat kleine gevoel serieus te nemen in plaats van het als moeilijkdoenerij te bestempelen.

Ik maakte er een werkblad bij, Van inslikken naar uitspreken. Daarin breng je in beeld waar jij inslikt, welke gedachte jou laat zwijgen en waar je die van kent, en bedenk je de ene rustige zin die je voortaan gebruikt. Klein en op tijd, zodat je boosheid geen uitbarsting meer hoeft te worden.

Liefs, Susan

Over de schrijver
Reactie plaatsen